Het Spoor

Oss bouwt aan een aantrekkelijke, toekomstbestendige stad. Om dat voor elkaar te krijgen, investeren we de komende jaren flink in meer woningen en groen, maar ook in het spoor en de stations.

We gaan ervoor zorgen dat het spoor niet langer een barrière vormt tussen het noordelijke en zuidelijke deel van de stad, met veel spoorwegovergangen die het verkeer ophouden. Ook pakken we de stations en hun omgeving aan, zodat reizigers zich comfortabel voelen om met de trein van en naar Oss te reizen. 

Tijd, inzet, geld 

Om het spoor en de stations te verbeteren is veel tijd, inzet en geld nodig. Er liggen veel uitdagingen: gelijkvloerse spoorkruisingen, woningbouw nabij het spoor, kwaliteitsverbetering van de stations, aanpassing van de verkeerstructuur, verwachte groei van het treinverkeer en ontwikkeling van spoorgoederenvervoer naar de haven. Dat is meer dan we aankunnen, financieel en organisatorisch gezien. Daarom moeten we keuzes maken wat betreft prioriteiten en planning. 

De Spooragenda 

Wat is al gedaan? Waar zijn we mee bezig? Welke onderdelen moeten nog worden opgepakt? Met wie moeten we samenwerken? Hoe kunnen we alles financieren? Het zijn zomaar wat vragen waarop we met de Spooragenda Oss 2025-2040 <HIER EEN LINK MAKEN NAAR DE SPOORAGENDA> een antwoord proberen te geven. 

Alle zaken rond het spoor

De Spooragenda geeft een overzicht van alle zaken die rond het spoor moeten worden opgepakt, welke prioriteiten nodig zijn en hoe het spoor zich verhoudt tot de overige mobiliteitsvraagstukken binnen de gemeente. Daarbij valt te denken aan voetgangers- en fietsverbindingen of parkeren. Op basis van de Spooragenda kunnen college, raad en gemeentelijke organisatie verder bouwen aan verbeteringen en noodzakelijke aanpassingen. 

Spoorwegovergangen

Het terugdringen van de barrièrewerking van het spoor in het stedelijke gebied heeft de grootste urgentie. Op het spoortraject van ca. 16 kilometer liggen binnen de gemeente 19 gelijkvloerse spoorwegovergangen. Het grootste deel van de overwegen ligt binnen het stedelijk gebied van Oss. Op deze spoorwegovergangen zijn met enige regelmaat verkeersslachtoffers te betreuren. Ondanks maatregelen om de veiligheid te verbeteren blijft elke gelijkvloerse overweg een onveilig punt. 

Spoor is een barrière  

De spoorlijn snijdt de stad in twee stukken. We willen graag toewerken naar een ongedeelde stad. Een stad waarin het makkelijk is om van de ene naar de andere kant van het spoor te gaan voor werk, school, sport of ontmoeting. We zien dat het gebruik van de spoorwegovergangen toeneemt, enerzijds door een toename van mobiliteit (groei van auto- en fietsverkeer) en anderzijds door het steeds intensievere gebruik van de ruimte langs het spoor. 

Van de Doctor Saal van Zwanenbergsingel tot en met het centraal station liggen vijf gelijkvloerse overwegen binnen een afstand van ongeveer 1 kilometer. De slagbomen bij spoorkruisingen sluiten geregeld voor een passerende trein, wat het overstekend verkeer beperkt. Daardoor komt de bereikbaarheid van het stadscentrum en het station in de knel. Vooral bij het centrum bestaat een grote behoefte aan een betere oversteekbaarheid van het spoor. De uitdaging is om de spoorbaan zodanig in te richten dat de oversteekmogelijkheden maximaal zijn. Dat kan door op zoveel mogelijk plekken het spoor te kunnen passeren. 

Drie scenario’s

In de afgelopen jaren zijn diverse scenario’s onderzocht om de spoorbarrière te verkleinen. Het gaat om drie uiteenlopende en elkaar uitsluitende scenario’s:

  • Verdiepte ligging van het spoor
  • Verhoogde ligging van het spoor
  • Sppor op huidige hoogte met verkeerstunnels  

      Het zijn scenario’s die variëren in ruimtelijke kansen en impact, uitvoerbaarheid, doorlooptijd en investeringskosten. Afhankelijk van het scenario lopen deze kostenramingen uiteen van € 150 miljoen tot € 725 miljoen. 

      In een quickscan-onderzoek, waarover in het najaar van 2024 met Rijk en provincie een afspraak is gemaakt in het bestuurlijk overleg MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport), doen we verder onderzoek naar een haalbare en effectieve oplossing. Het perspectief is gericht op de lange termijn (10-15 jaar). 

      Over ons | Wonen | Werken | Leven